Huis te Lellens


De eerste vermeldingen van de borg dateren uit de 15e eeuw, aangenomen dat de personen die zich 'tho Lellens' noemden hier woonden. Eén van hen en de eerste die we kennen is Eltet tho Lellens (1468-1565) die van 1526 tot 1554 burgemeester was van de stad Groningen.
Ene Johan tho Lellens, Heer van Lellens, was een van de Ommelander heeren die in 1577 gevangen genomen werden door de stad Groningen.

borgterrein op kaart uit 1832
De borg was oorspronkelijk een voorbeeld van een laat-middeleeuws steenhuis met een in de 17e eeuw aangebouwd dwarshuis, waarin door de tijd heen wijzigingen zijn aangebracht. Het rechthoekige borgterrein werd begrensd door een gracht. Daarbinnen waren enkele tuinen met in het midden de borg, eveneens omgeven door een gracht. Op het voorterrein van de borg stond het schathuis. Op de westhoek van het borgterrein was een kegelvormige heuvel met een koepel gesitueerd.





Ook aan het begin van de 17e eeuw was er ene Johan tho Lellens Heer van Lellens en na 1613, misschien wel zijn zoon, Abel tho Lellens.
Na diens dood in 1625 werd de borg verkocht aan Pieter Folckers, rentmeester van de stad en hoofdeling te Stedum, Westeremden en Garsthuizen.

Hoe lang Pieter Folckers eigenaar was weten we niet.
Al snel is sprake van Jonker Berent Gruijs als eigenaar van de burcht te Lellens.
Hij had in het buitenland (Rostock) gestudeerd en was daar gebleven tot de aansluiting van Groningen bij de UNie van Utrecht in 1594.
Terug in Groningen werd de heer Gruys, na in 1595 lid van Gedeputeerde Staten, in 1603 raadsheer te Groningen en in 1606 lid van de Raad van State te zijn geworden, in 1616 burgemeester van Groningen.
Hij was gehuwd met vrouwe Clara Horenken en werd na zijn dood in 1627 door zijn zoon Hilbrant al heer van Lellens opgevolgd.
Deze  huwde met vrouwe Gertruyt Horenken en stichtte in 1666 de kerk van Lellens, die naderhand hem en zijn echtgenote tot begraafplaats zou dienen.
In 1635 noemde Hillebrant Gruys zich jonkering en hoofdeling te Lellens. De familie Gruys te Lellens en Clant in Stedum bezaten de meeste stemmen in de rechtsstoel van Stedum, Westeremden en Garsthuizen. In 1666 gingen de families een ruil van rechten aan, waarbij Lellens een afzonderlijke rechtsstoel en zelfstandig kerkelijk kerspel werd.

Na de dood van Hillebrant Gruys in 1670 of 1671 werd hij opgevolgd door zijn oudste zoon Berent (1638-1724). Berent was gehuwd met Cecilia Tamminga. In de kerk van Lellens  hangt nog steeds haar rouwbord. Berents zoon  Hillebrant (1670-1731) verkocht in 1726 de borg aan zijn broer Onno Berent (1675-1740). Berent was hoofdman van de Hooge Justitiekamer en gehuwd met Cecilia Tamminga.
Door verkoop kwam in 1726 het huis te Lellens in handen van Onno Berent Gruys en diens echtgenote Gerhardina Lohman. Onno Berent overleed in 1741 en Gerhardina in 1748. Bij testament van 1744 ging de borg naar Gerhardina's neef Meinhard Lohman die gehuwd was met vrouwe A.H. Keiser, dochter van de raadsheer Keiser te Groningen en Maria Warmolts.

Deze familie verkocht de borg in 1770 of 1777 aan Lucas Hamminck, lid van de gezworen gemeente der stad Groningen. Op de kaart van Beckeringh van 1782 staat diens naam bij de borg Lellens vermeld.
De weduwe van Hamminck hertrouwde in 1787 met Hendrik Louis Wijchgel, die na het overlijden van zijn echtgenote in 1798 de borg van de erfgenamen kocht. De wapens van de weduwe Hamminck (Hermanna van Gesseler) en Hendrik Louis Wijchgel zijn nog te zien op de herenbank in de kerk van Lellens.

Op het hek van de borg stond aan de ene kant Lellensborg en aan de andere kant Klinkenborg.
Vanwaar?

De Klinkenborg te Kantens werd in 1776 te huur aangeboden en in 1783 te huur of te koop. Liefhebbers waren er echter niet. Losse verkoop lukt beter. De borg met bijbehorende rechten en ongeveer 37 grazen land komt aan Enna Hillegonda Geertsema, weduwe van Harmannus van Gesseler.
 Haar dochter Hermanna huwt eerst Lucas Hammink, heer van Lellens, en daarna Hendrik Lodewijk Wijchgel van Schattersum. Dus de heer van Wijchel was ook heer van Klinkenborg.



Via Wijchgels dochter Enna, eigenaresse sinds 1839, kwam het huis in 1858 in handen van haar neef Adriaan Pieter Paets van Wijchgel van Schildwolde. Hij en zijn vrouw waren de laatste bewoners van de borg. Na 1875 kwam de borg leeg te staan tot de uiteindelijke sloop in 1897.

Het borgterrein met schathuis, oprijlaan enz. met de bomen eromheen is nog duidelijk te herkennen. De borg moet hoog hebben gestaan. De afgegraven grond van de borgstee is gebruikt om de binnengracht te dempen. De voormalige borgstee is nu lager dan het voormalig voorplein en het schathuis.


bron 1: Formsma e.a., 1990
bron 2: Feenstra e.a., 2001
bron 3: Hooft van Iddekinge, 1865




In de loop der eeuwen heeft het huis Lellens veel veranderingen ondergaan. De burcht wordt echter geschetst als "een oase van natuurschoon te midden van de vlakke kleilanden", omgeven door parken en tuinen met zwaar geboomte. Hoewel het huis niet hoog was, kon men het van verre reeds zien, daar het enigszins op een hoogte stond. De muren rezen uit het water omhoog. Achter het huis was een klein terras. Het voorgedeelte van het huis was met de vaste grond verbonden door een brug, waarmee men regelrecht in de vestibule (stijl Lodewijk XVI) kwam. Via een trap kwam men in de zaal in het oudere achtergedeelte. Een zaal met lange smalle ramen, op doek beschilderde wanden en een vloer met gele en groene tegeltjes.

Links van de voordeur trad men de grote zaal binnen. Rechts van de gang had men twee ruime kamers, in elkaar lopend, in één waarvan een fraaie schoorsteenmantel in de stijl van Lodewijk XVI. Op het geschilderde behang waren taferelen uitgebeeld uit het zeemansleven aan verre kusten. Achter boven was een Chinese kamer met groene en gele tegeltjes als vloer en met op doek geschilderde Chinese taferelen langs de wanden.


Het gebied links van de oprijlaan werd wel "Achter Strengketten" genoemd. Strengketten is een aanduiding voor een schutting of hekwerk waarmee de tuin werd afgesloten van de oprit.

Het hekwerk is zichtbaar op de foto hiernaast.










In Lellens achtergebleven bord van
het servies dat op de borg gebruikt werd


Uit het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, AJ van der Aa, 1846:

Lellens, burg of huis in Fivelgo, prov. Groningen, arr., kant. en 3 u. W. ten Z. van Appingedam, gem. en 3/4 u. N. van Ten-Boer, 3 min. ten Z W. van Lellens, waartoe het huis behoort.
Deze burg beslaat, met de daartoe behoorende gronden, eene oppervlakte van 3 bund. 19 v. r. 10 v. ell, en wordt thans in eigendom bezeten en bewoond door de Juffer Enna Hillegonda Wychgel van Lellens.

(Aa, vd, 1846)







Op nevenstaande foto van de Dienst Cultureel Erfgoed uit maart 1957 is de brug over de borggracht goed te zien. De leuning is dan al gesloopt.
Op de achtergrond het kerkje van Lellens.
Op de beeldbank van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zijn onder "Lellens" tekeningen te vinden van dakversiering en windvaan van de borg Lellens.