Tammingahuizen


De borg Tammingahuizen heeft gelegen tussen Kroddeburen en Winneweer en lag aan de oude Stadsweg. De borg kent een rijke geschiedenis.

15e eeuw
De eerste vermelding van de naam Tammingahuizen stamt uit 1447, wanneer de bronnen spreken van de persoon Tyarck to Tammyngehusen, In 1481 komen we zo ook ene Ywe to Tammyngehus tegen. Over beide personen is weinig bekend. Hoewel Tammingahuizen in de geschreven bronnen voor het eerst in de 15e eeuw genoemd wordt, is het aannemelijk dat het huis een voorganger heeft gekend. In 1995 is archeologisch onderzoek gedaan op de plek van Tammingahuizen. Hierbij werden onder het niveau van de borggracht twee muurtjes op een houten constructie gevonden. Daarnaast is op verschillende plaatsen op het borgterrein materiaal uit de late middeleeuwen aangetroffen. Het gaat om aardewerk, te dateren in de 13e en 14e eeuw. De gevonden muren stammen ook uit die tijd.

16e eeuw
In 1544 bezit Otto Clant, hoofdeling te Stedum en Scharmer, een heerd land, Tammingahuis genaamd. Mogelijk dat de borg al eerder in bezit was van deze familie Clant. In de 15e eeuw wordt namelijk ene Egbert Clant in verband gebracht met Tammingahuizen. In 1564 is Otto's zoon Hendrik Clant eigenaar van Tammingahuizen. Hij woont met zijn vrouw Bele Froma op Tammingahuizen. Met het verraad in 1580 van de Groninger stadhouder Rennenberg, wijkt de staatsgezinde Hendrik uit.
In 1587 wordt Tammingahuizen bij keerskoop verkocht. Koper is Hendrik's broer Wigbold Clant. Voor het eerst wordt Tammingahuizen dan omschreven als een voorhuis en zijtkamer, met poort, heem, grachten, zijlrechten, redgerrechten en alle heerlijkheden. Het bijbehorende bezit wordt dan omschreven als 42 1/2 gras groot. Op basis hiervan weten we dat Tammingahuizen door grachten omgeven was en een poort en heminge bezat.

17e eeuw
In 1617 overlijdt Wigbolt Clant, waarna Tammingahuizen wordt verkocht. De borg komt dan in het bezit van de familie van Ewsum. In 1627 komen we als eigenaar Christoffel van Ewsum (Overleden 1644) tegen en in 1662 zijn zoon Ulrich van Ewsum (overleden 1706). Ulrich van Ewsum, getrouwd met Emilia Mackdowel, was een belangrijk man. Hij was heer van Tammingahuizen en jonker en hovelinck van Ten Post en Garrelsweer. Tammingahuizen was de hoofdzetel van de Van Ewsums. We weten hoe Tamminagahuizen er uit heeft gezien onder de Van Ewsums. De borg is namelijk afgebeeld op een wandkaart van de Provincie Groningen gemaakt door Wilhelm en Frederik Coenders van Helpen uit 1677-1678.




De borg bestaat uit twee haaks op elkaar staande vleugels in een T-vorm en is door een gracht omgeven. Onder de Van Ewsums krijgt het borgterrein zijn huidige gedaante. Was er eerst alleen sprake van een noordelijk en zuidelijke borgstee, onder de Van Ewsums wordt de borg uitgebreid met een westelijk bijterrein waarop het schathuis kwam te staan.

Overzicht van het borgterrein:
B Borgstee
C Hoofdgracht
D Tussengracht
E Bijterrein
F Bijgracht
G Singel
I Singelsloot
J Laan tussen stadsweg en borgterrein
L Stadsweg
M Laan tussen trekweg/rijksweg en borgterrein
O Trekweg/rijksweg langs Damsterdiep
P Damsterdiep

Als gevolg van de aanleg van de trekweg wordt ook een oostelijke toegangsweg naar de borg aangelegd. Na de dood van Ulrich erft zijn dochter Johanna Emilia van Ewsum (1659-1719) en haar man Rudolf Polman van Garreweer (overleden 1719) de borg.

18e eeuw
Na de dood van zowel Johanna Emilia als Rudolf Polman in 1719 erft hun dochter Ida Johanna Polman (1689-1732) de borg. In 1712 trouwt Ida Johanna met Bernhard Gruys (1694-1733). In 1732 overlijdt Ida Johanna bij de bevalling van een tweeling. Bernard Gruys sterft een jaar later. De erfenis van Bernard was vermoedelijk bezwaard met leningen, wat tot verkoop van de borg leidt. De borg wordt gekocht door artilleriemeester Allard Lucas Gruys. Dit is overigens geen directe familie van Bernard Gruys.

In 1737 worden noodgedwongen de goederen en rechten van Allard Lucas, met een waarde van in totaal 10.000 gulden, verkocht om schulden af te lossen.
Hierbij worden de rechten en bezittingen gescheiden. De rechten , zoals collaties en eesterrechten worden gekocht door Egbert Rengers van Farmsum (overleden 1745). De borg en de landerijen worden verkocht aan Jakob Themmen (1685-1764) en zijn vrouw Hillechien Cornelis Cruisinga (1685-1764). Jakob Themmen is een vermogend man met vele ambten.Zo is hij gedeputeerde van de provincie Groningen. Themmen krijgt geen kinderen. De borg wordt daarom voor een helft geërfd door de nazaten van Jakob's zuster, Dieuwer Themmen en voor de andere helft door de twee stiefzonen uit Hillechien's eerste huwelijk. Het lukt de gezamenlijke erfgenamen niet om Tammingahuizen te verkopen. De gebroeders Cornelis en Brond Brontsema kopen daarop  in 1765 het erfrecht van Dieuwer Themmen. Vermoedelijk hebben de gebroeders de borg vervolgens gesloopt en de landerijen verkocht. De kanderijen zijn daarna gebruikt als boerenland. In 1995 werd door Statsbosbeheer, dan eigenaar van het gebied, het borgterrein in zijn oude staat hersteld.

Bovenstaande tekst is in aanleg een bewerking van: Historisch Jaarboek Groningen 2003, Ronald van Immerseel, ISBN 9-232-4024-3.

Huidige situatie op de plaats waar Tammingahuizen ooit stond:
Grotere kaart weergeven